James Hudson Taylor
Hudson Taylor kon dus nu aan de zendingsarbeid beginnen, nu hij zich gevestigd had in het londense zendingshuis te Shanghai. Dat zou men verwachten, maar niets was minder waar dan dat. Om alles goed te begrijpen, zouden wij de toestanden moeten tekenen, die er in die tijd heersten.Het Chin ...
Moderne poëzie
III Alles wat aan het oude 'herinnert moet vernieuwd en zo zal de taal versimpelen en vermageren. De taal wordt antiek en straks blijft er nog een skelet van over. Müsschien krijgen we in de loop der jaren een stelsel van morseseinen en cijfers. Wat de beatles zing ...
Naar't heilig land
7 LOFZANG Wij zijn maar nauw ontkomen aan 's vijands groot geweld. Gij hebt ons door de stromen in veiligheid gesteld. Wij riepen uit d' ellende, waar niemand hulp meer bood. Gij deedt het water wenden, wij schreden door de dood. ...
Moderne poëzie
II. De kunstcritici hebben het maar voor 't zeggen, of liever: ze hebben veel te zeggen. Wat een criticus beweert over kunst, wordt meestal geslikt en als men het niet eens is met de een of andere beoordeling, wel, dan is men niet goed bij de tijd.Critici ku ...
DE KOPEREN SLANG
Zij hadden bruut Uw hemels brood versmeten, het manna, ddt hen jaren had gevoed. Zij achtten 't niet en hadden U vergeten, de trouwe Herder, Die hen had gehoed.De sluwe slangen hebben toen gebeten. Het brandend gif trok door hun zlieke bloed. De moeder stond, met ogen rood gekreten, bij 't ...
Reformatie
Gelijk een vloed kwam 't Evangeliewoord en vloeide vooit tot d' afgelegen streken. Een klare stem in 't donker werd gehoord. De nacht van 't heidendom was weggeweken.Door liefdevuur zo krachtig aangespoord, begonnen zij van 't grote Heil te spreken, van 't Offerlam, welks lichaam werd door ...
De knotwilg
Ik ben geen ceder en geen trotse eik. Zij hebben mij geplant langs lage sloten. Mijn takkenkroon werd telkens afgestoten, en needi\ig bleef ik bij de lage dijk.Zij willen niet dat ik als d' andre prijk, met fiere stam naar boven opgeschoten, met blaadrentooi, door zonlicht overgoten .... M ...
OOGSTTIJD
I De landman tilt zijn garven op de wagen, de schoven worden ruisend neergevleid. De paarden slaan naar vliegen die hen plagen en gaan gewillig waar de knecht hen leidt.Zij oogsten in de warme zomerdagen wat 't land door zion en regen had bereid; 't gewas we ...
Weerstand
De huizen liggen achter 't duin gedokeny, de toren houdt bij 't stille dorp de wacht. We zien tot ver in 't land de groene stroken, waar d' akkerman zijn aardse plicht betracht.De golven worden op 't bazalt gebroken, en bruisen langzaam uit met minder macht, maar telkens komt de zee, in wo ...
HemelvaaRt
I. Hij voer de hemel tegemoet. Zijn jongren hieven zwijgend staren. Hij had hen voor het laatst ontmoet. Zij zouden klaar Zijn beeld bewaren.Hij bracht in 't Heiligdom Zijn bloed, omstuwd door blijde englenscharen.Hij voer de hemel tegemoet. Zijn jong ...