HemelvaaRt
I.
Hij voer de hemel tegemoet. Zijn jongren hieven zwijgend staren. Hij had hen voor het laatst ontmoet. Zij zouden klaar Zijn beeld bewaren.
Hij bracht in 't Heiligdom Zijn bloed, omstuwd door blijde englenscharen.
Hij voer de hemel tegemoet. Zijn jongren bleven zwijgend staren.
Zij scheidden van hun hoogste Goed. Voor H laatst wou Hij zich openbaren. Een wolk onttrok Hem nu voorgoed... Zij konden Hem niet meer ontwaren.
Hij voer de hemel tegemoet.
II.
Toen hebben zij de Geest verbeid, de Trooster, die tot hen zou komen. Zij waren wezen voor een tijd: hun Heiland was van hen ontnomen.
De profetie had hun voorzeid: Uw ouden zullen dromen dromen. Toen hebben zij de Geest verbeid, de Trooster, die tot hen zou komen.
Hun hart was voor Zijn komst bereid: zij baden om de Geestesstromen.
Zij waren kinderlijk verblijd: O, wil ons ongeduld betomen.
Zó hebben zij de Geest verbeid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1963
Daniel | 8 Pagina's