De knotwilg
Ik ben geen ceder en geen trotse eik. Zij hebben mij geplant langs lage sloten. Mijn takkenkroon werd telkens afgestoten, en needi\ig bleef ik bij de lage dijk.
Zij willen niet dat ik als d' andre prijk, met fiere stam naar boven opgeschoten, met blaadrentooi, door zonlicht overgoten .... Mijn lot is laag, ih wortel in het slijk.
En toch roept iedre lente mij weer wakker: mijn knoppen springen los in 't voorjaarslicht, mijn takken wuiven naar de groene akker.
De wind zingt om mijn zilveren gezicht. Al ben 'k gedoemd tot een geknotte stakker, ik houd mijn takken naar het licht gericht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1963
Daniel | 8 Pagina's