JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Moderne poëzie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Moderne poëzie

5 minuten leestijd

II.

De kunstcritici hebben het maar voor 't zeggen, of liever: ze hebben veel te zeggen. Wat een criticus beweert over kunst, wordt meestal geslikt en als men het niet eens is met de een of andere beoordeling, wel, dan is men niet goed bij de tijd.

Critici kunnen ook wel beetgenomen worden. Dat is gebleken in een kunsthandel te Gothenburg (Zweden), waar vier schilderijen werden verkocht voor prijzen tussen de drie-en vijfhonderd gulden per stuk. Er was veel belangstelling en het werk werd hoog geloofd. Een kunstcriticus schreef over een schilderstuk: ..Elke streek van het penseel is zorgvuldig berekend. Zijn techniek wordt gekenmerkt door een geweldige pracht."

En wie was de kunstenaar van dat moois? Een driejarige chimpansee uit de plaatselijke dierentuin! Men had dat beest wat met verf laten knoeien op een doek en een prachtig modern schilderstuk was het resultaat. De wereld wil bedrogen zijn.

Als het mode is, wordt alles mooi gevonden, tenminste door het gros van de mensen.

Wat de moderne poëzie betreft, wij kunnen toch niet zozeer van mode spreken. Heel andere faktoren spreken een woordje mee. Terloops is daar in het voorafgaande artikel al op gewezen. Wij hebben te doen met een tijdsverschijnsel. Als we onze tijd wat kennen, hebben we ook min of meer de sleutel in handen om er achter te komen wat de „kunstenaar" bezielt.

Sinds jaren wordt men voor romanticus uitgekreten, wanneer we ons beklagen dat er geen echte gesprekken meer zijn te voeren en dat er geen goede brieven meer worden geschreven. Wij hebben de mond vol over recreatieoorden en we weten niet goed wat recreatie is; het is een modeartikel van onze tijd geworden. Ons wordt voorgehouden, dat er een andere cultuur zal komen op de puinhopen van het vervallene en ontwrichte. Iets ongehoords zal de aarde doorstromen via de kanalen van het onnatuurlijke en tegenhistorische. Dat nieuwe zal gereinigd moeten zijn van alle werkelijkheid en menselijkheid. Inplaats van mensen, zullen er robots optreden.

Het proces van de geestelijke erosie van de bodem der ziel gaat onweerstaanbaar verder. De gewone dingen in het heden in ons eigen huis gaan ons niet meer ter harte.

In een brief van de dichter Rilke (1875—1926) aan W. v. Hulewics wordt gezegd: „Nog voor onze grootouders was een huis, een bron, een hen vertrouwde toren, ja hun eigen kleed, hun mantel oneindig meer, oneindig vertrouwder en vertrouwelijker: bijna ieder ding was een vat, een vaas, waarin zij iets menselijks vonden en waar zij iets menselijks voor opspaarden om het daaraan toe te voegen Nu (denk er aan dat het bijna een halve eeuw is geleden toen dit werd geschreven) dringen, van Amerika, lege, onbezielde dingen naar hier, schijndingen, levensattrappen (bedriegelijk nagemaakt voorwerp, N.) ....zulk een huis heeft niets gemeen met het huis, de vrucht, de druif, waarin het hopen en zinnen van onze voorvaderen was ingegaan. De levensvolle, de doorleefde, de ons mee-wetende dingen neigen ten ondergang en zij kunnen niet vervangen worden."

In deze levenssituatie kan niets ons meer treffen. Het is alsof er een korst op de harten ligt. Wat dóet ons een toren in de vlagende wolken van een herfstavond? Wat dóet ons een koe in de wei, dromerig kijkend naar haar spiegelbeeld in de stille sloot?

Misschien noemen we straks alles antiek. Dan is het antiek om zijn medemens te groeten, daar de liefde zó is verkoud. Wellicht zullen er geen begrafenissen meer zijn. De stille sprake, die uit kon gaan van een begrafenis, toen de lange, zwarte stoet zich langzaam achter de baar bewoog, is er al niet meer. De doden worden haast onzichtbaar naar de laatste rustplaats geschoven. Alleen het dagelijks verkeer moet even voorrang verlenen.

Straks zal er in de huizencomplexen niets meer zijn, waaraan ons hart is gehecht. Zou er na verloop van tijd nog aan oudejaar worden gedacht en zou men nog notie nemen van een verjaardag? Zouden er nog maaltijden worden gehouden? Het is best mogelijk, dat wij in de toekomst alleen in leven blijven door middel van pillen, extracten en injecties.

De taal zal antiek worden; is dat al bezig te worden. En hoe mager moet de poëzie er vanaf komen!

Laat apen maar klodderen met verf. Zet maar tien vingers op het klavier, liefst zo dicht mogelijk bij elkander. Schud de zesentwintig letters van het alfabet maar goed door elkaar en een gedicht is ontstaan, door critici geprezen en door hun volgelingen fantastisch genoemd. Dan kan Remco Campert schrijven in „Losse planken van het tienjarig podium":

Voltaire had pokken, maar genas zichzelf door o.a. te drinken 120 liter limonade: dat is poëzie.

Zijn er nog mensen, die stil blijven staan bij een waterlelie en niet genoeg kunnen krijgen van het schone in de natuur? Gelukkig! Frederik van Eeden heeft er schoon van gezongen. Al lang geleden is zijn gedicht hier geciteerd.

Maar ook nü nog. In het pas-verschenen bundeltje van Marja de Smet Vercauteren, „Kleine melodie der stilte" lees ik:

Witte waterlelie.

Een schone jonkvrouw, zij ontvlood het duister van de vijverschoot. Nu ligt z' in 't koele schemerlicht, de handen vroom, in blanke schroom om 't smetteloze hart gevouwen, zacht gebed op 't groene blad te sluim'ren op de watermat.

De witte waterbloem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1964

Daniel | 8 Pagina's

Moderne poëzie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1964

Daniel | 8 Pagina's