Naar't heilig land
7
LOFZANG
Wij zijn maar nauw ontkomen aan 's vijands groot geweld. Gij hebt ons door de stromen in veiligheid gesteld. Wij riepen uit d' ellende, waar niemand hulp meer bood. Gij deedt het water wenden, wij schreden door de dood.
Gij zijt een God der goden. Gij zijt mijn lied en kracht. Het water is gevloden, de vijand omgebracht. Wie op Uw sterkte bouwen, zij leven door de dood. O Rots, o vast vertrouwen! Gij, Helper in de nood!
Voor wie op U blijft hopen en wachten op Uw tijd, gaan wond're wegen open, zij worden wél geleid. Maar wie op eigen krachten en trotsheid zich verlaat, Gij zult zijn macht verachten en vellen ivaar hij gaat.
Nu moet ons loflied rijzen tot U, de luchten door. Wte leidt op zulk een wijze door 't ongedachte spoor? Dat al wat leeft Hem roeme, de zon en 't sterrenheir, de vogels en de bloemen, de golven van het meer!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1964
Daniel | 8 Pagina's