DE hEIDELBERGSE catEchIsmus
De Heere had hun beiden licht gegeven om 't pad te zien dat door het leven leidt en enden zal in zaalge eeuwigheid, waar alle rouw en smart zijn opgeheven.Zij hebben toen de eenge troost beschreven: het klein geschrift werd overal verspreid, 't schonk licht aan blinden in een donkre tijd, ...
Het nieuwe GRAFT
(madrigaal) Mijn grafspelonk was steeds nog leeg gebleven; zij ligt aan 't einde van de donkre dreven, die door mijn hof de richting moeten geven.Ik groef mijn graf dichtbij het blijde leven, en elke dag opnieuw vertoefd' ik even bij lege rots, waar dood mij ...
Zalving te Bethanië
(rondeel) Ik heb mijn zalf tot Hem gebracht, bij vrienden ivaar wij samen aten, voor 't naad'ren van de zwarte nacht, waarin Hij was van God verlaten.Mijn broeders hebben mij veracht: zij wilden 't geld voor d' armen laten. Ik heb mijn zalf tot Hem gebracht, ...
HemelvaaRt
I. Hij voer de hemel tegemoet. Zijn jongren hieven zwijgend staren. Hij had hen voor het laatst ontmoet. Zij zouden klaar Zijn beeld bewaren.Hij bracht in 't Heiligdom Zijn bloed, omstuwd door blijde englenscharen.Hij voer de hemel tegemoet. Zijn jong ...
Weerstand
De huizen liggen achter 't duin gedokeny, de toren houdt bij 't stille dorp de wacht. We zien tot ver in 't land de groene stroken, waar d' akkerman zijn aardse plicht betracht.De golven worden op 't bazalt gebroken, en bruisen langzaam uit met minder macht, maar telkens komt de zee, in wo ...
OOGSTTIJD
I De landman tilt zijn garven op de wagen, de schoven worden ruisend neergevleid. De paarden slaan naar vliegen die hen plagen en gaan gewillig waar de knecht hen leidt.Zij oogsten in de warme zomerdagen wat 't land door zion en regen had bereid; 't gewas we ...
De knotwilg
Ik ben geen ceder en geen trotse eik. Zij hebben mij geplant langs lage sloten. Mijn takkenkroon werd telkens afgestoten, en needi\ig bleef ik bij de lage dijk.Zij willen niet dat ik als d' andre prijk, met fiere stam naar boven opgeschoten, met blaadrentooi, door zonlicht overgoten .... M ...
Reformatie
Gelijk een vloed kwam 't Evangeliewoord en vloeide vooit tot d' afgelegen streken. Een klare stem in 't donker werd gehoord. De nacht van 't heidendom was weggeweken.Door liefdevuur zo krachtig aangespoord, begonnen zij van 't grote Heil te spreken, van 't Offerlam, welks lichaam werd door ...
DE KOPEREN SLANG
Zij hadden bruut Uw hemels brood versmeten, het manna, ddt hen jaren had gevoed. Zij achtten 't niet en hadden U vergeten, de trouwe Herder, Die hen had gehoed.De sluwe slangen hebben toen gebeten. Het brandend gif trok door hun zlieke bloed. De moeder stond, met ogen rood gekreten, bij 't ...
Naar't heilig land
7 LOFZANG Wij zijn maar nauw ontkomen aan 's vijands groot geweld. Gij hebt ons door de stromen in veiligheid gesteld. Wij riepen uit d' ellende, waar niemand hulp meer bood. Gij deedt het water wenden, wij schreden door de dood. ...