Bileam
Eens zullen velen die nu als profeten Vermomd zijn, voor de poort des hemels En zeggen: „Heb ik niet met U gegeten, „Gedronken en veel tekenen gedaan? " staanToch zal de Koning niet de poort ontsluiten, Maar tot hen zeggen: „'k Weet niet wie gij zijt. , , De honden en de tovenaars zijn bui ...
Verdronken land
Ik ben door het verdronken land gekomen Bij avond in het helder licht der maan. Hóóg hing het stro in takken van de bomen Die troost'loos langs de volle sloten staan.Ik zag de polder door het zout bedorven Als had de dood de velden vaal getint, Resten van huizen, eenzaam, uitgestorven, Som ...
De moordenaar
Hij had zijn naaste van het leven Met bruut geiveld beroofd; Hij zag Gods wraakzwaard opgeheven, Hem dreigend, boven 't hoofd. Hij wist zich in zijn schuld En naast hem hing Gods verloren: Zoon. Hij kon des makkers spot niet horen, Die van Hem sprak met hoon.' Hij vond zijn vonnis zo recht ...
Stormnacht
De nacht is donker: | Geen maan geeft glans.... Geen ster, die flonkert Aan 's hemels trans.De winden jagen De wolken voort Met regenvlagen Vanuit het Noord'.De schepselen vinden Zich nietig klein Voor Hem, Wien winden Gehoorzaam zijn.; Hij, Die Zijn wagen Van wolken maakt, H ...
Johannes de Doper
Gij druppel van het nieuwe leven, Gevloeid uit 's hemels held're Bron, Gij wonderzoon, door God gegeven, Ster, die voorafgaat aan de Zon.Vervulling van der oud'ren bede, Kind, door de vaderen verwacht, Voor 's Heeren aanschijn zult gij treden, Staan in Elia's geest en kracht.Gij gro ...
Op de begraafplaats
De dag is langzaam heengegleden; Er is geen zuchtje wind. 'k Hoor geen geluid; alleen mijn treden Gaan knarsend over 't grind. De stilte, die zich onverstoorbaar Op heel de aard' verspreidt, Zij huldigt hier en predikt hoorbaar De doodse majesteit.Tienduizenden heeft hij verslagen Slechts ...
Het gebed van Jona
'k Riep den Heer aan in mijn noden, Die mijn ziel een antivoord gaf. 'k Schreide uit het rijk der doden. Uit de diepte van het graf. Heer. Gij hebt mijn stem gehoord; 't Water trok mijn lichaam voort; 'k Was geworpen in de golven En de stroom had mij bedolven.'k Ben verstoten voor Uw ogen; ...
EEUWIGHEID
Het laat zich door geen pen beschrijven, Dat onbestemde, vraag gevoel. Dat niemand op deez' aard kan blijven, Dat dagelijks mijn hart doorwoelt.i Wat is het uur, wat is de tijd. Wat is mijn vluchtig mens'lijk leven. Gemeten met de eeuwigheid ? Zou ik naar grote dingen streven? , .Do ...
„Het daghet in den Oosten”
Hoe heeft in oude dagen Gods volk het heil verwacht! Nóg horen wij het vragen: „Wat is er van de nacht? "Wij hebben het vernomen: „De morgen, lang verwacht, Is eindelijk gekomen En ziet, het is nog nacht!"De nevels gingen dalen; Zon der Gerechtigheid Doorboorde met haar stralen Des ...
HERFST
Leeg zijn de velden en kaal zijn de bomen. Herfstwinden waaien, de vogels gaan heen. Heel de natuur roept: , .De winter gaat [komen!" 't Schepsel betreurt, dal de zomer verdween.'f Leven der mensen gaat als de seizoenen: Pan was het zomer, of 't najaar is daar; Ieder heeft nog zóveel te do ...