„Het daghet in den Oosten”
Hoe heeft in oude dagen Gods volk het heil verwacht! Nóg horen wij het vragen: „Wat is er van de nacht? "
Wij hebben het vernomen: „De morgen, lang verwacht, Is eindelijk gekomen En ziet, het is nog nacht!"
De nevels gingen dalen; Zon der Gerechtigheid Doorboorde met haar stralen Des werelds donkerheid.
't Begon in d' Oost te dagen; 't Genadelicht ging voort; De Vorst, op zegewagen Doorkruiste Zuid en Noord.
Het Westen zag de Heiland En aller schepselen Heer, Bezoekend volk en eiland, Dat wachtte op Zijn leer. :
Nóg is er ster geflonker, Maar dag is het geweest; Het wordt in 't Oosten donker Daar dreigt het rode beest.
„Heer, hoor de kreet der vromen : „De morgen, lang verwacht, Was eindelijk gekomen En ziet, het wordt weer nacht."
Ach, wil van ons niet keren Uw vriend'lijk aangezicht. Maar zend, o Heer der heren In 't donker hart Uw licht."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1950
Daniel | 7 Pagina's