Stormnacht
De nacht is donker: | Geen maan geeft glans.... Geen ster, die flonkert Aan 's hemels trans.
De winden jagen De wolken voort Met regenvlagen Vanuit het Noord'.
De schepselen vinden Zich nietig klein Voor Hem, Wien winden Gehoorzaam zijn.
; Hij, Die Zijn wagen Van wolken maakt, Hij doet ze jagen En alles kraakt.
Hij, Die op vleugelen Der winden vaart, Kan ze beteugelen: Zij zijn bedaard.
Al is het duister, Al licht geen maan, Straks breekt met luister De morgen aan.
W. v. G. V. J
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1952
Daniel | 12 Pagina's