Het gebed van Jona
'k Riep den Heer aan in mijn noden, Die mijn ziel een antivoord gaf. 'k Schreide uit het rijk der doden. Uit de diepte van het graf. Heer. Gij hebt mijn stem gehoord; 't Water trok mijn lichaam voort; 'k Was geworpen in de golven En de stroom had mij bedolven.
'k Ben verstoten voor Uw ogen; In de golven kom ik om 'k Zal U evenwel verhogen In Uw huis en heiligdom, 't Water, dat mijn ziel omsloot Deed mij beven tot• de dood; 't Wier was aan mijn hoofd gebonden; 'k Daalde tot der bergen gronden.
'k Was besloten en omgeven Door de grendelen der aard. Heer, mijn God, Gij hebt mijn leven Voor verderf en ramp bewaard. 'k Dacht aan God in angst en smart, In benauwdheid van mijn hart. 'f Klagen uit de. waterstromen Is tot in Uiv huis gekomen.
Dienaars van de ijdelheden Missen hun weldadigheid. 7 Offer klimnue van beneden Met de stem der dankbaarheid Wat ik heb aan God beloofd Zal ik doen; Hij zij geloofd! 'k Zal mijn Koning eeuwig eren: D' overwinning is des Heeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1951
Daniel | 12 Pagina's