WATERSNOOD
1. Febr. 1953 I. Wij voelden ons zo veilig achter dijken, ; zo knus en rustig op het lage land — waarop zo vredig onze velden prijken — : wat zou ons deren in dit kalm bestand? Het vruchtbaar veld vermocht ons te verrijken, door regen, zon, door arbeid ...
pasen
I. Zij zaten angstig bij elkaar gedreven als schapen en hun Herder werd gemist; de deuren in het slot, want ieder wist dat zij ten dode waren opgeschreven.'t Was donk're nacht, geen lichtstraal was gebleven: hun vonnis was door 't joods gerecht beslist, de M ...
OOGST
I. II. De landman staat bij d' akker vol van aren en snijdt met scherpe sikkel 't rijpe graan, dat bevend buigt wanneer de winden gaan: een witte zee van rusteloze baren.Hij heeft gewerkt zoals in alle jaren; de prille lente g ...
De Epicureërs
Zij zijn als zwijnen die de eikels aten, steeds wroetend in de modderige grond — waar ieder telkens weer zijn voedsel vond — en zagen niet dat d' eikels boven zaten.Wat zouden zij zich op een God verlaten? Zij vulden gulzig hongerige mond: het leven is er slechts een korte stond, leef en g ...
kerstfeest
I Wij spreken graag van sterren en van wijzen*, van 't Kindje, in de kribbe neergelegd, van 't heilzaam woord, aan herders eens gezegd, van eng'len, die Gods grootheid gingen prijzen.De kindermoord vervult ons met afgrijzen; elk vindt Herodes goddeloos en sl ...
BIDDAG
I. Wij willen bruut het groot heelal doormeten en willen niet wat God voor ons verkoos; ons doen is dwaasheid, want het hart is boos: wij hebben van verboden vrucht gegeten.Wij tasten wel naar andere planeten, maar blijven mensenkinderen, zwak en broos; wij ...
Kerstdag
I Wij willen ons wel in het licht verheugen: w' ontsteken kaarsen, flakkrend op de dis; wij eten, drinken en met volle teugen genieten wij, omdat het Kerstdag is.Wij vullen met genot ons diep gemis; wij denken slechts aan dingen die niet deugen, en zwijnendr ...
WESTKAPELLE
Oude dijkwerkers ; Hun handen ruston nu van sténens jouwen en vlechtwerk-vormen voor hun sterke dijk (onwrikbaar tegen 't brede waterrijk, dat zwelgen zou de rustige landouwen).Ze zien in zee, ze spuwen en ze kauwen. 5 Hun krachtwal brak door bovengronds ber ...
31 oktober 1959
i.Wij zijn voor 't noodweer in de cel gevlucht en leven verder binnen kloosterwanden; wij laten al wat buiten is verzanden en wennen aan de muffe kille lucht.Al maakt het woelig leven veel gerucht, al is er grote gisting in de landen, wij blijven eng besloten in de banden en zijn vo ...
De kerk te Diekirch
(Luxemburg) (I). Twee strakke vingers staan omhoog geheven en blijven wijzen naar de blauwe lucht; verborgen klokken brengen groot gerucht van klanken, die dichtbij en veraf zweven.En velen zijn het roepen trouw gebleven: zij ...