Kaarsjes (1)
Robert loopt naar huis. Hij is bij zijn vriendje Mark geweest. Fijn was het daar. Ze hebben gezellig thee gedronken en op de tafel stonden kaarsjes. Ook hadden ze drijfkaarsjes, dat zijn ronde kaarsjes die drijven in een glas water. Als je dan een beetje tegen de tafel stootte dan schommelden de ...
Kaarsjes (2)
Als Robert binnenkomt, roept Ankie vrolijk: „Ha, Robert, mijn moeder belde net of het goed was dat ze even koffie kwam drinken. Ik heb gevraagd of ze een kaars voor ons wilde kopen. En dat heeft ze gedaan. Kijk maar in de kamer, gezellig hè? Beloof je me dat je er niet aan zult zitten? "„O ...