Kaarsjes (2)
Als Robert binnenkomt, roept Ankie vrolijk: „Ha, Robert, mijn moeder belde net of het goed was dat ze even koffie kwam drinken. Ik heb gevraagd of ze een kaars voor ons wilde kopen. En dat heeft ze gedaan. Kijk maar in de kamer, gezellig hè? Beloof je me dat je er niet aan zult zitten? "
„O, Ankie, je bent een schat!", juicht Robert. En hij geeft haar zomaar een zoen.
Een poosje later zitten ze samen op de bank. Ankie leest voor. Robert kijkt maar naar het vlammetje van de kaars, dat soms zacht heen en weer gaat. De kaars staat op de kast, zodat zij er niet bij kunnen. Dan gaat de telefoon. „Robert, let jij even op de kleintjes", zegt Ankie terwijl ze naar de gang loopt. Rustig blijft Robert zitten. Maar het duurt hem al gauw te lang. Gerard begint te zeuren. Zal hij met hem gaan spelen? Ja, hij weet al wat, hij zal zijn auto's halen die in de keuken staan. Maar in de keuken ziet Robert het foldertje van de speelgoedwinkel liggen. Vergeten zijn de auto's. Hij wipt op een stoel en gaat de plaatjes bekijken.
Intussen zitten Gerard en Josje nog in de kamer. Gerard pakt de bal van Robert en denkt: „Ah, Ankie is er niet en Robert is er niet."
Nee, nu hoeft hij niet te rollen. Hij gaat lekker gooien. Oei, bijna tegen de vaas met bloemen. Dan maar voor de kast gaan staan. Dan heeft hij meer ruimte. Ja, daar gaat hij weer. Maar de bal gaat wel hoog, maar ook scheef. Door de harde trap knalt de bal hard tegen de kast. De kast wiebelt ervan. En dan wat erg, de kaars wiebelt ook. „Nee, nee", gilt Gerard. Maar het helpt niet. De kaars valt om, van de kast op de grond, juist op de plaats waar Josje zit te spelen. „Aau, au", huilt Josje. De kaars viel precies op zijn handje. Gelukkig ging de kaars gelijk uit, maar Josje blijft huilen.
Ankie hoort het huilen en komt snel de kamer in. In één oogopslag ziet ze wat er gebeurd is. Gelukkig de kaars is uit, maar het handje van Josje is een beetje verbrand. Vlug rent ze met hem naar keuken en houdt het handje onder de koude kraan. Verschrikt staat Robert erbij. Hij begrijpt al wat er gebeurd is. O, zijn schuld.
Juist op dit moment komt vader thuis. Verbaasd kijkt hij de behuilde en verschrikte gezichten aan. Ankie vertelt kort wat er gebeurd is. Vader bekijkt Josjes hand en vindt het toch beter om meteen met hem naar de dokter te gaan.
Angstig wachten de anderen op hun terugkomst. Robert durft niets te zeggen. Ankie zegt ook niets. Ze kan Robert niet de schuld geven, het is ook haar schuld. Ze heeft veel te lang aan de telefoon gezeten. Eindelijk zijn papa en Josje er. Het valt gelukkig mee, wel zit Josjes handje in een groot wit verband.
Ankie vindt het zielig. „O meneer, het is mijn schuld", zegt Ankie; „ik had geen kaarsjes moeten kopen en ik had er niet bij vandaan mogen gaan."
Robert veert overeind. Ja, ja, het is niet zijn, maar haar schuld. Zij zou ze niet kopen en nu deed ze het toch, dus is het haar eigen schuld. Maar binnenin zegt een stemmetje: „Je bent gemeen, je bent gemeen." Die avond wordt het niet zo gezellig. Josje heeft bijna de hele avond gehuild. Ankie voelt zich heel schuldig. Vader is moe en verdrietig. Gerard begrijpt er allemaal niets van. Bah, het liefst wil Robert naar bed.
Ankie brengt hem dan ook. Ze aait hem nog eens over zijn bol en zegt: „Wat naar allemaal hè? Probeer het maar te vergeten en ga maar lekker slapen."
Als Ankie weg is, komen ineens de tranen bij Robert. O, Ankie is juist zo lief en hij deed zo lelijk en nu geeft hij haar de schuld nog ook. En papa is ook al verdrietig. Hij snikt steeds harder. Zelfs zo hard dat vader verschrikt naar boven komt. Robert kan niet zwijgen. Alles, alles vertelt hij tegen vader. Dat hij zo lelijk deed tegen Ankie en dat ze tóch kaarsjes kocht en dat hij haar nu de schuld geeft. Hij heeft gezeurd en niet op Gerard en Josje gelet. Verdrietig kijkt vader hem aan.
„Jongen, het hele huis had wel af kunnen branden. Robertje, Robertje wat val je me tegen. In plaats dat je nu m'n grote zoon bent, doe je zo. Dat mama weg is, daar kan Ankie toch niets aan doen. Dan mag je toch niet zo lelijk tegen haar doen. Ze zorgt juist zo goed voor ons. Wat moeten we zonder haar beginnen? Maar als jij zo door gaan zegt ze misschien wel: Ik ga weg, ik ga in een gezin met lievere kinderen werken."
„Nee toch, papa", zegt Robert verschrikt.
Dan rinkelt de telefoon. „Ga het maar aan Ankie vragen", zegt vader, „ik moet even naar de telefoon."
Verlegen loopt Robert de trap af en opent voorzichtig de kamerdeur. Daar zit Ankie.
Snikkend vliegt hij bij haar op schoot. „Ankie Ankie ben je boos? Het is mijn schuld. Ik doe allemaal vervelende dingen. En ik wil tóch dat je blijft. Je bent lief. Ga je nooit weg? Ik heb zo'n spijt. Blijf je altijd? "
Ontroerd geeft Ankie hem een kus. „Tuurlijk niet ventje. Dat jij geen moeder meer hebt, is voor mij moeilijk, maar voor jou nog veel moeilijker, nee, we gaan het opnieuw proberen. Maar dat kunnen we niet alleen. De Heere moet ons helpen. Zal ik jou weer lekker op bed leggen en zullen we dan aan de Heere vragen of Hij onze fouten wil vergeven en of Hij ons verder helpen wil? "
Stil knikt Robert en samen gaan ze naar boven. Blij en gelukkig blijft Robert even later alleen achter. Ruzie en boos zijn is niks. Zeker niet zo net na het kerstfeest. En hij hoeft ook nooit meer een kaarsje. En ineens moet hij denken aan het verhaal dat de juffrouw van de zondagsschool met kerstfeest vertelde. Wij moeten zélf kaarsjes zijn. Het is nu zo donker in de wereld. Bijna niemand denkt meer aan het échte Kerstfeest. En daarom moeten wij, net als kaarsjes ons licht laten schijnen voor de mensen, en aan hen de blijde boodschap vertellen. We moeten hen vertellen dat er Eén geboren is, die onze zonden wil vergeven. Robert wilde wel dat de Heere zijn boze hartje óók wegnam en een nieuw hartje gaf. Dat zou gelukkig zijn, dan kon hij het aan alle mensen vertellen. Stilletjes vouwt hij nogmaals zijn handen onder de dekens en vraagt het aan de Heere. Daarna valt Robert in een diepe slaap.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1988
Daniel | 32 Pagina's