TOEN EN NU
In de keuken van een huis, eenzaam in het wijde polderland, zit student Van Iiam. Tegenover hem zit een vrouw, Ze kijkt hem onderzoekend aan.Hij was naar het dichtstbijzijnde licht, dat hij nog zag branden, toegelopen. Daar had hij aangebeld. Hij had verteld, dat hij langs de weg stond met ...
TOEN EN NU
Met de mand onder zijn arm liep Joost door de smalle straten. Aan twee kanten keken de hoge huizen deftig en strak op hem neer. Zijn schoenen kletsten tegen de hobbelige keien, die nog nat v/aren van de regen. Hij snoof eens. Uit zijn mand kwam een heerlijke geur. De bollen voor de vrouw van , , ...