JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

TOEN EN NU

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TOEN EN NU

5 minuten leestijd

In de keuken van een huis, eenzaam in het wijde polderland, zit student Van Iiam. Tegenover hem zit een vrouw, Ze kijkt hem onderzoekend aan.

Hij was naar het dichtstbijzijnde licht, dat hij nog zag branden, toegelopen. Daar had hij aangebeld. Hij had verteld, dat hij langs de weg stond met een auto, hij had pech. En ja, hij wilde eigenlijk toch nog wel graag naar huis, maar dat was nog 80 kilometer. Wel een beetje ver om te lopen....

De man was meegelopen, bromde wat van: „Ik zal eens kijken”.

Hij had ook gekeken en gezegd: „Ik denk, dat er olie bij moet.”

„Dat is gisteren nog gebeurd.”

De man had de schouders opgehaald. „Kan wel. Laten we het toch maar proberen. De olie kan weglopen door een mankement. Als u eerst maar eens thuis bent. Ik pak de fiets. Daarginds heb ik een schuur, daar staat nog wel wat olie." Hij bromde nog iets, wat Van Ham niet, verstond' en slofte toen weg.

„Ja, loop maar mee hoor. Wacht maar even bij mijn vrouw.”

En nu zit hij hier dan. Hij voelt wel, hoe de vrouw hem opneemt. Ze zal wel denken: wat is dat voor een vreemde vogel in een zwart pak?

Daar komt de eerste vraag al: „Moet u nog ver? "

„Ja, nog wel een uurtje rijden. Als de auto tenminste wil.”

„O, mijn man : is handig in dat soort dingen. Zit u veel langs de weg? ”

„Ja, ik rij het hele land door.”

De vrouw kijkt hem aan. O, o, wat is ze nieuwsgierig. Hoe zal ze dat nu verder uitvissen? Van Ham wacht op de volgende vraag, geamuseerd.

„Moet u elke dag zo ver? ”

Ons vervolgverhaal DEEL II

„Nee hoor, gelukkig niet. Eén keer in de week ga ik 's avonds ergens preken, dat kan dichtbij zijn, maar meestal is het wel een uurtje rijden. En 's zondags preek ik dan ergens.”

„O, u bent dus dominee." Hè, hè, ze is erachter. Ze knikt tevreden.

„Nee mevrouw, dat ben ik nog niet. Ik studeer nog.”

Even een verbaasde stilte.

„Ziet u daar dan nog brood in? Zit daar nog toekomst in? ”

Van Ham schrikt op van die vraag. Maar voordat hij een antwoord kan geven, gaat de vrouw verder: „Als ik hier zie, hoe het met de kerken gaat. Ik ben zelf ook nog een poosje ouderling geweest, maar ik heb bedankt hoor. Het is zulk ondankbaar werk. We hebben met nog drie andere plaatsen samen een dominee, en dan houden we één keer in de twee weken een dienst. Dat is toch niet zoveel. En dan nog waren er soms maar vijftien mensen. Het is gebeurd, dat we dan maar naar de pastorie gingen. Dat was gezelliger. Onze kinderen gaan ook nooit meer. Maar ik

bid nog wel, hoor, daar heb ik behoefte aan.”

Over de smalle paadjes liepen mensen. Heel stil. Van alle kanten kwamen ze, met kleine groepjes, niet te veel tegelijk. Sommigen hadden al uren gelopen. Joost liep er ook met zijn vader en moeder. Voor het eerst mocht hij mee. Er zou een preek gehouden worden in het open veld. Een hagepreek.

Dat was een gebeurtenis!

De bekende prediker Jan Arendsz. zou komen. Hij was een eenvoudige mandenmaker uit Alkmaar, maar door Gods Geest geleerd. Met grote achting spraken vader en moeder over hem. Op een uitgestrekt weiland kwamen ze bijéén: mannen, vrouwen en kinderen. Van alle leeftijden en van alle rangen en standen. Ze wisten, dat het gevaarlijk was, maar ze kwamen toch, want ze hadden honger, honger naar het Woord van God.

Daar stonden en zaten ze, de honderden, de duizenden. En in een wijde kring daar omheen stonden de mannen, die de wacht hadden. Dat was helaas nodig. Men moest voorzichtig zijn. Er waren strenge plakkaten tegen deze openbare predikaties in het veld. En er stonden zware straffen op. Maar het volk schrok niet voor die gedreigde straffen terug. Ze gangen naar die plaats, omdat daar naar hun hart gesproken werd.

Joost had een mooi plaatsje, net te ver van de kar, waarop dominee Arendsz. stond. En hij luisterde... luisterde met open mond.

Door de late avond rijdt student Van Ham naar huis. Gelukkig, de auto kon weer worden gestart. Als hij er nu maar mee thuis kan komen... Dan moet hij morgen direkt naar de garage.

Hij denkt terug aan het gesprek met die vrouw, Hoe haar vraag hem eerst deed opschrikken. Het was zo'n indringende vraag... Maar hij had haar toch, zo eenvoudig mogelijk, mogen vertellen van de Kerk met een hoofdletter, die er altijd zal zijn. Hij had haar ook verteld van het kleine kerkje, waar hij die avond had mogen spreken, waar de laatste stoel bezet was geweest.

Ja, dat was nog een onverwacht, een laat en lang gesprek geworden. Steeds rijdt hij borden voorbij, met daarop plaatsnamen. En dan denkt hij: „Alweer een plaats met een grote kerk. In al die plaatsen wijzen de torens nog omhoog, Overdag zou hij ze kunnen zien. En iedereen mag er vrij naar toe. Maar wie wil nog? De kerken zijn leeg. Raken steeds meer leeg. Omdat.., er stenen voor brood worden gegeven. En Nederland wordt weer een heidenland." Voor zich ziet hij weer de aandachtige gezichten in het kleine kerkje. Daar was nog afname, dat had hij gevoeld.

Was er dan nog toekomst voor de kerk? Ja! Voor de KERK was er nog toekomst! En in gedachten herhaalt hij voor zich het 27ste artikel van de Geloofsbelijdenis:

„Deze Kerk is geweest van het begin der wereld af, en zal zijn tot het einde toe; gelijk daaruit blijkt, dat Christus een eeuwig Koning is, dewelke zonder onderdanen niet zijn kan. En deze heilige Kerk wordt van God bewaard, of staande gehouden, tegen het woeden der gehele wereld; hoewel zij somwijlen een tijdlang zeer klein en tot niet schijnt gekomen te zijn in de ogen der mensen.”

Benthuizen

A. Vogelaar-van Amersfoort

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1981

Daniel | 28 Pagina's

TOEN EN NU

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1981

Daniel | 28 Pagina's