Gij zult Mijn getuigen zijn
Het wordt winter. Een barre kou jaagt over het land. Het vriest soms vijftig graden. De zon zie je niet meer. Het is soms dagen donker. Andere keren schijnt de maan of het noorderlicht. De kooplieden zijn woedend. Ze voelen zich bedrogen. Wat hebben ze hier? Kou, ellende en narigheid en als je ni ...
EBEN HAËZER
De zendeling bracht een blik mee waarin heerlijk vlees zat en Manuel had een blik melk onder zijn arm geklemd. „Doe dat maar door de rijst." Gesmuld hadden ze. Voor ze gingen eten had hij gevraagd of ze het, goed vonden, dat hij zijn God om een zegen vroeg. Verbaasd hadden ze zitten luisteren en ...