Profeten
23/1 De profeet Jesaja. Jesaja 6. 24/1 De profeet Jeremia. Jeremia 1. 25/1 De profeet Ezechiël. Ezechiël 2. 26/1 De profeet Hosea. Hosea 1. 27/1 De profeet Joël. Joël 1. 28/1 De profeet Amos. Amos 1. 29/1 De profeet Obadja. Obadja 30/1 De profeet J ...
De Heilige Doop
6/2 Verbondsteken in het Oude Testament. Genesis 17: 1-14. 7/2 Verbondsteken in het Nieuwe Testament. Mattheüs 28: 16-20; Markus 16: 15-20. 8/2 Het doopwater wijst naar het bloed van Christus. 1 Johannes 1. 9/2 Het doopwater wijst naar de Geest van Christus. Johannes 7: 33-52 ...
Offers in het Oude Testament
20/2 Het brandoffer. Leviticus 1.21/2 Het spijsoffer. Leviticus 2.22/2 Het dankoffer. Leviticus 3.23/2 Verzoening door bloed. Leviticus 4: 1-12.24/2 Het zondoffer. Leviticus 4: 13-24.25/2 Het offer en de hoornen van het altaar. Leviticus 4: 25-35.26/2 En ...
Heere, zegen... ons
6/3 Onze Vader, Die in de hemelen zijt; Uw Naam worde geheiligd. Amen. Johannes 17: 1-12. 7/3 Uw Koninkrijk kome. Amen. Mattheüs 6: 19-34. 8/3 Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde. Amen. 9/3 Geef ons heden ons dagelijks brood. Amen. Psalm 37: 18-40. ...
Duur gekocht!
20/3 Vader, vergeef het hun; want zij weten niet wat zij doen! Lukas 23: 26-38. 21/3 Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Lukas 23: 39-43; Psalm 38: 18 en 22 (berijmd). 22/3 Vrouw, zie uw zoon... zie uw moeder! Johannes 19: 25-27; Psalm 133. 23/3 Mijn God! Mijn God! W ...
Verdrukking
3/4 De grote verdrukking. Mattheüs 24: 15-28. 4/4 De verdrukking van de kerk in de wereld. Johannes 16: 16-33. 5/4 Geloofsbeproeving door verdrukking. Handelingen 14: 19-28; 1 Petrus 1: 6-7. 6/4 Roemen in de verdrukking. Romeinen 5: 1-11. 7/4 Geduldig in de verdrukking ...
Waarom?
17/4 Waarom ben je woedend? Genesis 4: 1-16. 18/4 Waarom heeft Sara gelachen? Genesis 18: 1-15. 19/4 Waarom heb Ik verwacht? Jesaja 5: 1-7. 20/4 Waarom twist u tegen Mij? Jeremia 2: 19-37. 21/4 Waarom hebt u gewankeld? Mattheüs 4: 22-36. 22/4 Waarom kent u Mijn ...
De Naam van God
22/5 Misbruik Gods Naam niet. Leviticus 24: 10-23. 23/5 Gebruik geen valse eed. Leviticus 19: 1-14. 24/5 Zweer niet onnodig bij Gods Naam. Mattheüs 5: 33-41; Jakobus 5: 12-20. 25/5 Zwijg niet als er gevloekt wordt. Leviticus 5: 1-2; Spreuken 29: 21-27. 26/5 Gebruik de ...
Voorzichtig
12/6 Een voorzichtig man. Mattheüs 7: 13-29. 13/6 Een voozichtig dienstknecht. Mattheüs 24: 29-51. 14/6 Wijs en dwaas. Mattheüs 25: 1-13. 15/6 Voorzichtig als de slangen. Mattheüs 10: 1-16. 16/6 Wandel voorzichtig. Efeze 5: 1-21. 17/6 Onderwijs in het voorzichti ...
Rust
3/7 Uitrusten. Leviticus 23: 23-44. 4/7 Rust een weinig. Markus 6: 7-13 en 30-32. 5/7 Valse rust. Lukas 12: 13-21. 6/7 Rust als bevrijding. Exodus 5: 1-9; Deut. 5: 13-15. 7/7 Onrust. Psalm 39. 8/7 Een plaats om te rusten. 1 Koningen 19: 1-8. 9/7 Rust of g ...