Offers in het Oude Testament
In de offerdienst maakt de Heere Zijn heil bekend. De mens is een zondaar en staat bij God in de schuld. Hij heeft de doodstraf verdiend. Er moet een offer gebracht worden voor zijn/haar zonden. De offers zijn afbeeldingen van Christus, in Wie wij de verlossing heb ben door Zijn bloed; namelijk de vergeving der misda den, naar de rijkdom Zijner genade (Efeze 1:7).
20/2 Het brandoffer. Leviticus 1.
21/2 Het spijsoffer. Leviticus 2.
22/2 Het dankoffer. Leviticus 3.
23/2 Verzoening door bloed. Leviticus 4:1-12.
24/2 Het zondoffer. Leviticus 4:13-24.
25/2 Het offer en de hoornen van het altaar. Leviticus 4:25-35.
26/2 En hij zal de HEERE zijn schuldoffer bren gen. Leviticus 6:1-7; Psalm 66:7 (berijmd).
27/2 Voorschriften voor de offerdienst. Leviticus 6:8-18.
28/2 De wet van het zondoffer. Leviticus 6:1 9-30.
1/3 De wet van het schuldoffer. Leviticus 7:1-10.
2/3 De wet van het dankoffer. Leviticus 7:11-21.
3/3 Geen offer kan voor mijn zonden gelden. Psalm 51:1-10; Psalm 51:4 (berijmd).
4/3 U hebt geen lust in offeranden. Psalm 51:11-21.
5/3 Zie, Ik kom! Het Offer tot zondeverzoening. Psalm 40.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 2005
Daniel | 32 Pagina's