Over de hobbelige zandweg dokkert een kar. Een schonkig paard trekt de wagen langzaam voort. Loom ploffen zijn poten door het mulle zand, zijn kop knikt bij elke stap. Op de bok - niet meer dan een brede plank die los op de zijkanten van de kar ligt - zitten een man en een jongen. Ze zeggen niet ...