Rouwgeklag in plaats van feestvreugde (vs. 5-6)
Vlijmscherp en ironisch klinkt de vraag van de profeet te midden van de feestgangers op de dorsvloer: „Wat zult gijlieden doen op een gezette hoogtijdag, op een feestdag des Heeren? " In de ballingschap vallen er name ...