De leeuwerik in de lente
Ik zie je weer na 't wintertij, ik hoor je serenade, uitbundig en zo vrij en blij, tot roem van Gods genade. Tot God moet onze dank uitgaan voor 't lüonder van ons voortbestaan.De ruime hemel is vol klank, die dringt tot ieders oren; vol vreugde en vervuld met dank, die ieder mens moet hor ...
Biddag
Wij kunnen wel spitten en planten en ploegen. Wij kunnen wel eggen, zaaien en zwoegen, maar wie geeft het leven aan 't uitgestrooide zaad? Niet één is zo machtig, niet één geeft hier raad.Wij kunnen wel werken en sjouwen en wroeten, vroeg opstaan, de komende dag gaan begroeten, maar wie ge ...
Gods trouw
Het oude bondsvolk, dat Gij hebt geleid met liefde door Uw wondervolle wegen, omdat Gij Abraham hadt toegezeid „Ik zal u stellen tot een rijke zegen, " heeft door Uw trouw de schone woon verkregen: het land, dat rijk van melk en honing vloeit, op tijd bezocht met vroeg' en spade reden, dat smacht ...
Dankdag
Volle velden gaven vruchten voor ons volk in overvloed. Landen onder blauwe luchten lagen in de zonnegloed. Korrels kiemden in de voren. groeiden tot een gul gewas. Winden speelden met het koren. en de zonneschijn genas.Laten wij Gods goedheid loven. die altoos te prijzen is. Zegen daalde ...
Gods werk gaat door
De Zoon van God heeft door Zijn sterven de volle losprijs aangebracht, opdat Zijn volk eens zal verwerven het eeuwig heil, hun toegedacht. Hij was van God en mens verlaten, toen Hij verbloedde aan het kruis, om hen te brengen, die Hem haatten, voor altoos in het Vaderhuis.Dat grote wonder ...
De vrouwen naar het graf
De vrouwen wachtten op de dag. Zij waakten in de lange nachten. Zij zwegen en een stil geklag steeg op als zij aan Jezus dachten.Zij hoorden nog het hoongelach van vijanden die Hem verachtten. De vrouwen wachtten op de dag en waakten in de lange nachten.Wat boze vijandschap vermag! ...
Zomermorgen
De zon had d' ijle nevelen verdreven; de struiken stonden, 't lover uitgespreid, verrukt te zien naar zoveel heerlijkheid. De morgenwind deed nauw de blaadjes beven.Zo moest de morgen zijn van 't prille leven, toen God uit niets de wereld had bereid, de eerste tikken klonken van de tijd, e ...
Alleen genade
Ons zondig hart herbergt de boze zaden van opstand, hoogmoed, ongerechtigheid. Wij gaan met eigen wil en zin te rade en zijn tot onderwerping niet bereid. Wij weten dat Gij rein van ogen zijt en dat Gij 't kwade nimmer kunt aanschouwen, maar telkens raken wij de weg weer kwijt, omdat wij i ...
Najaar
Najaar Nu valt het lover langzaam naar beneden. De zomerglansen zijn voorgoed vergaan. Straks zien wij elke boom ontredderd staan, het volle bos, een voorportaal van Eden.Het najaar nadert nu met snelle schreden. De stormen zullen weer de landen slaan; zij werpen neer wat hindert op hun ba ...
Op reis
Wij worden meegevoerd in snelle treinen, ons kaartje geldt steeds voor een enk'le reis Wat wij pa, sseren langs de lange lijnen vernevelt in het verre vage grijs.Wij worden meegevoerd tot elke prijs en al wat komt moet vluchtig weer verdwijnen en ieder maakt zijn reis op eigen wijs, totdat ...