Dankdag
Volle velden gaven vruchten voor ons volk in overvloed. Landen onder blauwe luchten lagen in de zonnegloed. Korrels kiemden in de voren. groeiden tot een gul gewas. Winden speelden met het koren. en de zonneschijn genas.
Laten wij Gods goedheid loven. die altoos te prijzen is. Zegen daalde neer van Boven. voedsel tot behoudenis. Mens en dier wou God bewaren. en ook heel Zijn Welk mens kan Hem scheppingswerk. evenaren? Groot is Hij en eindloos sterk.
En Zijn liefde onuitspreeklijk. Zijn genade eindloos groot. 's Heeren trouw is onverbreeklijk. God geleidt zelfs door de dood. Hij wil altoos voor ons zorgen. Hij spreekt slechts en het geschiedt. In Hem zijn wij wèl geborgen. Hij vertroost in groot verdriet.
Geef dat wij U danken met de lippen en het hart; mogen Uw eer t' allen tijd verhogen in een wereld koud en hard. Vol van wrevel en van zonden leeft zij in de duisternis; zoekt geen heil in Christus' waar alleen verlossing is. wonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1991
Daniel | 32 Pagina's