JOHN G. PATON
't Was jammer voor John, dat zijn vader geen geld had om hem te laten studeren. Maar wat doet de leergierige knaap? Hij spaart van zijn verdiensten zoveel op, dat hij voor een week of zes het schoolgeld kan betalen aan de hogeschool te Dumfries. Eenmaal weer aan de studie, krijgt hij de smaak van ...
JOHN G. PATON
We moeten onze rekening zo vaak anders opmaken. Er komen zo dikwijls zaken, waarop we heel niet hadden gerekend. Licht en donker wisselen elkaar telkens af, zoals eb en vloed in de zee.'t Ging ook zo bij Paton. Nu was hij student te Glasgow. En studeren maar! Dat was nodig, want de medestu ...
JOHN G. PATON
Op 23 Maart 1858 werden Paton en Copeland geordend tot zendelingen onder de heidenen. Ruim drie weken later gingen ze onder zeil met de Clutha, die na vier maanden te Melbourne, in het zuidoosten van Australië, aankwam. Vanaf deze stad bracht een ander schip het kleine gezelschap (Copeland, Paton ...
JOHN G. PATON
Het heidendom zit vol bijgeloof. Dat ondervond Paton schier iedere dag. Wanneer er velen ziek werden; als rampen het eiland troffen, of andere opmerkelijke dingen voorvielen, die voor de inlanders niet zo aangenaam waren, dan kreeg de zendeling de schuld. Ook werd hem wel gevraagd, wat hij daarxy ...
JOHN G. PATON
Elke dag bracht nieuwe verdrietelijkheden voor Paton en de zijnen: dan weer werden de kippen gestolen, clan was er weer een ketel zoek, die node gemist kon worden. Wanneer Paton bij die inbraken tegenwoordig was geweest, hadden de onverlaten hem gewis met een knots ter aarde geslagen. Het opperho ...
JOHN G. PATON
Het was nu zó ver gekomen, dat er op Tanna zes zendingsposten waren geopend in de voornaamste kustdorpen. Elke post had een onderwijzer, afkomstig van het eiland Aneitium, als leider. Deze leiders waren vroeger menseneters geweest, maar ze waren nu volgelingen van Christus geworden. Paton bezocht ...
JOHN G. PATON
Wat is het bijgeloof toch sterk in de heidenwereld! Wat is het een zware kamp voor de zendelingen om de heidenen van het bijgeloof te verlossen!Op Tanna was het bijgeloof van de inboorlingen in héél sterke mate aanwezig en het geloof in toverij was schier niet uit te roeien.Enkele v ...
JOHN G. PATON
Dat bij de zendingsarbeid veel tegenwerking komt van de zijde der heidenen, is begrijpelijk: de duisternis wijkt niet zo spoedig voor het licht; maar wanneer de tegenstand komt van die kant, waarvan we juist medewerking verwachten, dan is dat vreselijk erg. Zendeling Patons arbeid werd zeer bemoe ...
JOHN G. PATON
Behalve de trouwe Abraham, waarover we al het een en ander gehoord hebben, woonde ook in het Zendingshuis van Paton een Tannees opperhoofd, Kowia genoemd. Deze Kowia was als kind naar het naburig eiland Aneitium vertrokken en daar door middel van de zending tot het Christendom overgegaan. Vóór he ...
JOHN G. PATON
Vermoeid was Paton zekere avond al vroeg naar bed gegaan. Hij sliep spoedig, maar de verdiende rust zou niet lang duren. Ongeveer tien uur sprong Clutha, de trouwe hond, boven op zijn slapende meester. Het dier rukte aan Patons kleren, alsof het wou roepen: „Meester, word wakker!"De zendel ...