JOHN G. PATON
EEN VAST BESLUIT.
We moeten onze rekening zo vaak anders opmaken. Er komen zo dikwijls zaken, waarop we heel niet hadden gerekend. Licht en donker wisselen elkaar telkens af, zoals eb en vloed in de zee.
't Ging ook zo bij Paton. Nu was hij student te Glasgow. En studeren maar! Dat was nodig, want de medestudenten waren ver vooruit. Er moest veel ingehaald. Maar dat was niet erg, want studeren was juist iets naar de zin van John.
Het eerste studiejaar was echter nauwelijks om, of Paton werd ernstig ziek. „Overspannen, " zei de dokter. „Dadelijk ophouden met de studie, en ik zou U aanraden, naar huis te gaan."
De raad van de dokter werd opgevolgd, en zo kwam John weer bij zijn ouders thuis. De frisse lucht van de Schotse Hooglanden en de stevige kost thuis deden wonderen, zodat na betrekkelijk korte tijd de krachten weer terug kwamen en John ging uitzien naar werk. Dat werd gelukkig spoedig gevonden. In een schooltje te Girvan werd Paton nu onderwijzer.
Na verloop van tijd werd hij weer helemaal de oude. Zuinig had hij met zijn salaris omgesprongen, zodat hij weer wel in staat zou zijn een tijd te Glasgow te studeren.
Opnieuw werd hij ingeschreven als student. Een jaarlang kon hij het volhouden. Langer zou niet gaan. Niet vanwege zijn gezondheid, maar... zijn geld was op. Hoe jammer! Als de ene tegenslag uitblijft, dan komt de andere. Ja, er zat niets anders op, dan zijn boeken te verkopen om althans nog enkele weken van dat geld op school te blijven, uitziende wat de Heere zou doen.
En zie, in die laatste weken kwam er een betrekking open aan een school, die helemaal in verval was geraakt. Paton werd benoemd en door diens grote ijver en goede leiding kwam de school tot grote bloei. Het duurde niet lang, of hij werd aangesteld als stadszendeling te Glasgow. Met veel zegen werkte hij nu als evangelist onder de buiten-kerkelijken.
We zouden denken, dat John hier wel de rechte man op de rechte plaats was. Maar toch... van dag tot dag onder zijn arbeid, was het of hij het gejammer hoorde van de arme heidenen in de Stille Zuidzee. Wat betekende dat toch? Hij bracht het telkens-terugkerend verschijnsel door gebeden tot God, of Die hem raad wilde verschaffen. Er kwam echter geen antwoord, tenminste niet spoedig. Daarom vermenigvuldigde het gebed. En wat gebeurde?
Er werd op de Nieuwe Hebriden een zendeling gevraagd om John Inglis, die daar nu werkzaam was, bij te staan. Deze oproep liet John niet meer los. Na langdurig biddend hiermee werkzaam geweest te zijn, kwam Paton tot de vaste overtuiging, dat hij daar heen moest gaan. Hij sprak er over met Jozef Copeland, en deze was dadelijk bereid Paton te vergezellen.
Het besluit werd bekend gemaakt. Maar nu moest je de vrienden in Glasgow horen!
„U kunt in de stad niet gemist worden. In Schotland zijn nog heidenen genoeg om tot bekering te brengen, en die moeten toch eerst wel gered worden. Denk toch eens aan de vele gevaren, die u daar zullen wachten. Moet u zo'n nuttige werkkring hier verlaten, om uw leven onder de menseneters weg te werpen? "
En niet alleen met woorden, maar ook met daden probeerden de vrienden hem in Schotland te houden. Paton zou een prachtig huis krijgen in Glasgow en hij had maar te zeggen hoeveel salaris hij wenste!
Een bejaard Christen riep maar gedurig uit: „Naar die kanibalen! Je zuit door de kanibalen opgegeten worden."
„Vriend, " antwoordde Paton, „u bent reeds oud. Uw vooruitzicht is, welhaast te sterven en in het graf door de wormen gegeten te worden. Wat mij betreft, moet ik u zeggen, dat het mij geheel hetzelfde is, of ik door kannibalen of door wormen word gegeten, wanneer ik maar leven en sterven mag in de dienst van de Heere Jezus. In de grote dag der opstanding zal mijn lichaam even schoon als het uwe verrijzen, in gelijkheid aan dat van onze opgestane Heiland."
Toen was de grijsaard uitgepraat. Wie zou tegen zulke geloofstaal iets kunnen inbrengen?
Was er dan niemand plan van Paton? die ingenomen was met het
Jawel, maar die ingenomenheid kwam van een zijde, waarvan wij het allerminst zouden verwachten, maar die des te meer voor John bemoedigend was.
In het ouderlijk huis van John was men met het plan zeer ingenomen. Patons ouders zeiden: „We hebben tot nu toe in het minst geen invloed op uw beslissing willen uitoefenen, maar nu het zover is, moeten wij u zeggen, dat wij God danken voor het besluit. Uw vader had er zijn hart op gezet Evangeliedienaar te worden, maar andere plichten noodzaakte hem er van af te zien. Toen gij ons werdt geschonken, legden wij u, onze eerstgeborene, op het altaar, om, als de Heere het goedkeurde, gewijd te worden tot een gezant van het Kruis. Het is ons voortdurend gebed geweest, dat gij tot dit besluit mocht voorbereid, bekwaam gemaakt en geleid worden. En nu bidden wij met ons ganse hart, dat de Heere uw offer aannemen, u lang sparen, en u vele zielen uit de heidenwereld tot uw loon moge geven."
Na zo'n antwoord was de laatste twijfel wat hij moest doen uit het hart van Paton voor immer verdreven. God had John toebereid tot het werk en zou hem ook geleiden naar de heidenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1952
Daniel | 12 Pagina's