't En zijn de Joden niet, Heer Jezu! die U kruisten, noch die verraderlijk U togen voor 't gericht, noch die versmadelijk U spogen in 't gezicht, noch die U knevelden, en stieten U vol puisten.'t en zijn de krijgslui niet, die met hun felle vuisten de rietstok hebben of de hamer opgelicht, ...