Eens ging ik langs het lage riet, Dat ruisen kan en anders niet, Toen langs mijn pad een herder kwam, Die één van deze halmen nam, En dien besnoeide en besneed, En maakte tot zijn dienst gereed. Door dit gekorven rietje, dat Als dood hij in zijn handen had, Dien stemmelozen stengel, zond Hij stra ...