EBEN HAËZER
Nog aarzelt hij. Z'n boot, hij kan hem niet missen. Zou hij toch maar niet proberen de hut te bereiken? Manuel is in veiligheid-, zal hij „Oom Theo, vlug, spring, kijk uit!" Als een gruwelijk monster, dat alles wil verwoesten en verslinden komt draaiend en wentelend een reusachtige boom met wij d ...
DE BLAUWE ZEEDISTEL
„Nou, wat zeg je ervan? ”„Zijn we d'r noiu nóg niet? " Hijgend en puffend sjouwt Karei achter z'n vriend aan. 't Jonge, wat is 't warm hier in de duinen. Je zou zeggen dat het hartje zomer was en het is nog maar begin juni.Wat kan die Rob rennen, 't Is net alsof hij gewoon op straat ...
EEN KIJKJE IN DE MIDDELEEUWEN
Naar de stad Over de hobbelige zandweg dokkert een kar. Een schonkig paard trekt de wagen langzaam voort Loom ploffen zijn poten door het opstuivende zand, zijn kop knikt bij iedere stap. Op de bok — een brede plank, die los op de zijkanten van de kar ligt — zitten ...