Marieke hoort de voor haar bekende woordenstroom aan: „Stuk ongeluk dat je bent. Jij kunt ook niets, helemaal niets. Ik wou dat je nooit geboren was."Maarten komt nu voor de derde keer binnen korte tijd met een doek om z'n arm op schooi: „Ik ben van de trap gevallen." Tja... het zou kunnen ...