TROOST
De regen droppelde de hele nacht. De bomen staan van weedom nog te wenen. De tranen druipen droevig om mij henen. Verlangend wordt op zonneschijn gewacht . . .Dan wordt het wenend woud opeens omschenen. De zon verbreekt het floers met felle kracht. Zij kust het natte lover, dat het lacht, ...