TROOST
De regen droppelde de hele nacht. De bomen staan van weedom nog te wenen. De tranen druipen droevig om mij henen. Verlangend wordt op zonneschijn gewacht . . .
Dan wordt het wenend woud opeens omschenen. De zon verbreekt het floers met felle kracht. Zij kust het natte lover, dat het lacht, nu duisternis en droefheid zijn verdwenen.
Zo wist de Zonne der gerechtigheid de tranen weg van hen die moeten treuren: zij leven niet tot 's Heeren heerlijkheid.
Wanneer de Geest de wolk vaneen doet scheuren, dan zien zij in 't verschiet de open deuren, waardoor de Herder al Zijn schapen leidt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1977
Daniel | 20 Pagina's