DE KOEKOEK
Ik zocht jou in de vronen, niet in de luide stad; daar kan jij nimmer wonen, op 't hard granieten pad. Jij hoort bij bos en landerij en roept je naam maar klaar en blij.Jij roept weer met je lentestem, net als je vaders deden; de zelfde klank, met eendre klem, zo zuiver en tevreden. Jij kw ...