GIJ ZIJT MIJN GOD
Te Iaat Door de straten van Vlissingen holt een jongen. Zijn snelle voetstappen klinken luid op tussen de huizen. Hij hoeft niet bang te zijn, dat hij in zijn haast tegen iemand op zal lopen, want iedereen is in huis. 't Is immers etenstijd. Hijgend rent hij voort. ...