Hij was in 't hart tot vloek genegen, Want Balak had hem omgekocht. Toch wandelde hij in Gods wegen, Deed, wat hij door de Geest vermocht.Hij was op Peor's top geklommen En had het schoonste vergezicht. Hij zag, hoe Isrels tenten glommen En blonken in het zonnelicht.Hij hief zijn st ...