De vorst verstijft het lichaam onzer aarcle cn doet den lach van uit haar wezen slinken, zij krimpt en barst, in starre pijnen blinken haar ogen, die een laten glans bewaarden.Haar zwier'ge tooi verstoof op alle winden, zij huivert in haar schamele gewaƤn, maar trekt zich krachtig in zich ...