Een hoedje van geel, als zuiver goud. Een rokje van helder groen. Een lijfje zo slank zo luchtig en rank. Alsof ze een dansje gaat doen. Zo staat de narcius in t lenteplantsoen. Wuivoende tegen de westenwind, knikkende tegen de zon. Fluisterend tegen haar buurtje: „Zeg, zeg, weet je het al ...