De tijd, de tijd jaag! immers rust 'loos voort, ! f)e jaren vliegen o zoo ras daarhenen, En wij, wij diegen ook; hoe sterk wij schenen, Toch wordt straks onze laatste zucht gehoord.'De golfslag van den tijd sleept ieder voort, r/lls is hel ook dat levenswee doetweenen, Of dat de vreugd en ...