Lof zij de God van Israël
5/12 De wegbereider. Lukas 1: 1-17. 6/12 Gods belofte en ongeloof. Lukas 1: 18-25. 7/12 God belooft Zijn Zoon. Lukas 1: 26-38. 8/12 Maria en Elizabet. Lukas 1: 39-56. 9/12 Johannes geboren. Lukas 1: 57-66. 10/12 Lofzang van Zacharias. Lukas 1: 67-80. 11/1 ...
Gedaald van 's hemels troon!
19/12 De Middelaar Jezus aangewezen. 1 Timotheüs 2: 1-7; Hebreeën 9: 15. 20/12 Een Licht voor de heidenen. Jesaja 49: 1-6; Lofzang Simeon: 2. 21/12 Hoe heilig is Zijn Naam. Lukas 2: 1-7; Lofzang Maria: 3, 4. 22/12 Hij zag geen rijken aan. Lukas 2: 8-16; Lofzang Maria: 6, 7. ...
Kiezen... krijgen
9/1 Lot kiest... Abraham krijgt. Genesis 13. 10/1 Simson kiest een verkeerde plaats. Richteren 16: 4-21. 11/1 Twee mensen kiezen. Wat kies(t) jij(u)? Ruth 1. 12/1 De Heere kiest een koning. 1 Samuël 16: 1-13. 13/1 Salomo kiest. 1 Koningen 3: 1-15. 14/1 Een verke ...
Profeten
23/1 De profeet Jesaja. Jesaja 6. 24/1 De profeet Jeremia. Jeremia 1. 25/1 De profeet Ezechiël. Ezechiël 2. 26/1 De profeet Hosea. Hosea 1. 27/1 De profeet Joël. Joël 1. 28/1 De profeet Amos. Amos 1. 29/1 De profeet Obadja. Obadja 30/1 De p ...
De Heilige Doop
6/2 Verbondsteken in het Oude Testament. Genesis 17: 1-14. 7/2 Verbondsteken in het Nieuwe Testament. Mattheüs 28: 16-20; Markus 16: 15-20. 8/2 Het doopwater wijst naar het bloed van Christus. 1 Johannes 1. 9/2 Het doopwater wijst naar de Geest van Christus. Johannes 7: 33-52 ...
Offers in het Oude Testament
20/2 Het brandoffer. Leviticus 1.21/2 Het spijsoffer. Leviticus 2.22/2 Het dankoffer. Leviticus 3.23/2 Verzoening door bloed. Leviticus 4: 1-12.24/2 Het zondoffer. Leviticus 4: 13-24.25/2 Het offer en de hoornen van het altaar. Leviticus 4: 25-35.26/2 En ...
Heere, zegen... ons
6/3 Onze Vader, Die in de hemelen zijt; Uw Naam worde geheiligd. Amen. Johannes 17: 1-12. 7/3 Uw Koninkrijk kome. Amen. Mattheüs 6: 19-34. 8/3 Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde. Amen. 9/3 Geef ons heden ons dagelijks brood. Amen. Psalm 37: 18-40. ...
Duur gekocht!
20/3 Vader, vergeef het hun; want zij weten niet wat zij doen! Lukas 23: 26-38. 21/3 Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Lukas 23: 39-43; Psalm 38: 18 en 22 (berijmd). 22/3 Vrouw, zie uw zoon... zie uw moeder! Johannes 19: 25-27; Psalm 133. 23/3 Mijn God! Mijn God! W ...
Verdrukking
3/4 De grote verdrukking. Mattheüs 24: 15-28. 4/4 De verdrukking van de kerk in de wereld. Johannes 16: 16-33. 5/4 Geloofsbeproeving door verdrukking. Handelingen 14: 19-28; 1 Petrus 1: 6-7. 6/4 Roemen in de verdrukking. Romeinen 5: 1-11. 7/4 Geduldig in de verdrukking ...
Waarom?
17/4 Waarom ben je woedend? Genesis 4: 1-16. 18/4 Waarom heeft Sara gelachen? Genesis 18: 1-15. 19/4 Waarom heb Ik verwacht? Jesaja 5: 1-7. 20/4 Waarom twist u tegen Mij? Jeremia 2: 19-37. 21/4 Waarom hebt u gewankeld? Mattheüs 4: 22-36. 22/4 Waarom kent u Mijn ...