Waar ben jij in de vakantie geweest? Ik ben in een huisje in Zwitserland geweest.Hoe ziet Zwitserland eruit? Er zijn allemaal bergen. Helemaal bovenin lag sneeuw, beneden niet. Wat heb je er gedaan? We gingen er lopen. Een keer een héél lang stuk. We zagen er allemaal ...