JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Christus tot een voorbeeld (9): vreemdelingschap

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christus tot een voorbeeld (9): vreemdelingschap

4 minuten leestijd

1 Johannes 2:1-6; Joh. 14:1-14; Hebr. 11:1-16

Die zegt dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen gelijk Hij gewandeld heeft, luidt de opdracht van Johannes (1 Joh. 2:6). De vorige keer ging het over de richting waarin een lijdende christen moet kijken. Net als de overste Leidsman en Voleinder des geloofs moeten Gods kinderen naar de toekomende heerlijkheid kijken (Hebr. 12:2). Dat betekent wel veel, ja alles, voor de wijze waarop zij naar dit leven kijken.
Het tegenwoordige leven komt dan in een heel ander perspectief te staan. Hoe leefde de Heere Jezus hier op aarde? Voelde Hij Zich hier thuis? Nee… Weliswaar is Hij de mensen in alles gelijk geworden (behalve in de zonde) en heeft Hij onder de mensen gewoond. Maar Hij voelde Zich beslist niet thuis. Hij was een ‘Vreemdeling’, een ‘Zwerver’ die hier geen vaste woonplaats heeft. Hij kon het met het hele hart zingen: “Gij weet, o God, hoe ‘k zwerven moet op aard’; Mijn tranen hebt G’ in Uwe fles vergaard” (Psalm 56:4 ber.).
Zó tekenen de Evangelisten het leven van de Zaligmaker op aarde. Toen iemand aangaf Jezus wel te willen volgen, maakte de Meester hem duidelijk dat hij een zwerversbestaan tegemoet zou gaan: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet waar Hij het hoofd nederlegge (Matth. 8:20). Nee, Hij was hier niet om een ‘aangenaam’ leven te leiden. Hij had maar één doel: de wil van Zijn Vader doen. Om daarin Zijn Vader te verheerlijken. En dat is het ‘grote’ offer brengen door de lijdensbeker tot op de bodem leeg te drinken. Daarom kan Hij kort voor het einde van de lijdensweg op aarde tegen Zijn Vader zeggen: Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij gegeven hebt om te doen (Joh. 17:4b). Op Paasmorgen maakt Christus duidelijk dat Hij nu zo spoedig mogelijk naar ‘Huis’ wil gaan, naar Zijn Vader. Op Hemelvaartsdag is het zover. Dan ‘trekt’ de Vader Hem naar huis. Dan komt Hij eindelijk Thuis! Welnu, zoals Christus een Vreemdeling op aarde was, zo moeten Zijn kinderen ook leven. Het klinkt als een refrein in de apostolische brieven. Laat uw wandel in de hemel zijn, houdt Paulus ons voor. Bedenk dat je in de eerste plaats een hemelburger bent. Uit heel je leven moet blijken dat je het niet van deze tegenwoordige wereld verwacht. Dat was onder meer het geheim achter het leven van Abraham, lezen wij in de brief aan de Hebreeën. Hij was een inwoner in het land van de belofte (Kanaän), maar het was een ‘vreemd land’ voor hem. Hij woonde er niet in een stenen huis, maar in een tent. Dat is het beeld van een tijdelijke woning, want in een tent blijft je niet altijd wonen. Hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is. Welnu, van al Gods kinderen geldt dat zij hebben beleden dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren (Hebr. 11:13b). Daarom vinden ze geld en goed, een mooie baan, een leuke hobby, een gezond lichaam of een fijn gezin niet het belangrijkste. Nee, hun schat is in de hemel en dat is – als het goed is –merkbaar. Nee, dat wordt niet altijd zo door hen beleefd. De dichter klaagt: “Hoe kleeft mijn ziel aan ‘t stof!”. En daarom is zijn gebed: “Ai, zie mijn nood; Herstel mij, doe mij naar Uw woord herleven” (Psalm 119). Want hun hart is al in de hemel, waar Christus is. En telkens weer moet dat verlangen worden opgewekt en worden versterkt. Mag dat bij jou ook zo zijn? Herken je je in de dichter die het uitroept:
“Wien heb ik nevens U omhoog?
Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog,
Op aarde nevens U toch lusten?
Niets is er, waar ik in kan rusten” (Psalm 73: 11a ber.).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2019

Daniel | 32 Pagina's

Christus tot een voorbeeld (9): vreemdelingschap

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2019

Daniel | 32 Pagina's