“Er staat geschreven…”
1 Johannes 2: 1-6; Eféze 6: 10-20; Matthéüs 4: 1-11
Twee keer hebben we inmiddels stilgestaan bij de opdracht die al Gods kinderen krijgen, namelijk om te leven tot eer van de Heere. We hebben gezien dat de apostel Johannes heel concreet aangeeft ‘hoe’ dat moet: Die zegt dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen gelijk Hij gewandeld heeft (1 Joh. 2: 6). Ik wil je nu meenemen naar de wijze waarop de Zaligmaker de geestelijke wapenrusting (Eféze 6: 10) toepast, zoals ons dat wordt beschreven door Matthéüs (4:1-11).
Veertig dagen lang is satan bezig om de Heere Jezus ten val te brengen. We lezen alleen van de laatste drie pogingen. De eerste is om de hongerende Heiland te verleiden tot het doen van een wonder voor Zichzelf. Satan zegt: “U bent toch Gods Zoon, dat heeft Uw Vader zelf gezegd bij de Jordaan. Welnu zou Uw Vader dat nu echt willen dat Zijn geliefde Zoon die al 40 dagen in de woestijn is zonder eten en drinken honger lijdt? Nee toch? En U heeft de macht als de Zoon van God om van stenen brood te maken”. Jezus verwijst in Zijn antwoord naar Deuteronomium 8:3: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord dat door den mond Gods uitgaat. Daarmee bedoelt Hij: het gaat om de zegen van de Heere. En die ontvang Ik niet als Ik voor Mijzelf een wonder ga verrichten. De tweede aanval is opnieuw gericht op het bewijs dat Jezus de Zoon van God is. Satan zegt (met een beroep op Psalm 91: 11, 12): “Spring eens van het dak van de tempel naar beneden, de engelen zullen U opvangen. En alle mensen zullen geloven dat U de Zoon van God bent”. Jezus antwoordt met een verwijzing naar Deuteronomium 6:16: Gij zult den Heere uw God niet verzoeken. Lees maar eens goed, dan zal je zien dat satan niet volledig is in zijn citaat uit Psalm 91. We mogen onszelf niet in verzoeking brengen met de gedachte dat de Heere ons wel zal bewaren. Zoek zelf maar eens op wat de derde (en laatste aanval) van satan is.
Wat zien we de Heere Jezus hier eigenlijk doen in de strijd tegen satan? Valt het je ook op dat Hij de drie aanvallen pareert met een beroep op de Schrift, de Bijbel? Precies. Dit is de wapenrusting Gods die gehanteerd moet worden tegen de listige omleidingen des duivels (Ef. 6: 11). Het gaat hier om de toepassing van de ‘gordel der waarheid’ en ‘het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord’ (resp. Ef. 6: 14a en 17b).
Beide zien op kennis van de Bijbel (de gordel) en de toepassing ervan in concrete situaties (het zwaard). Zoals de Heere Jezus de satan antwoordt vanuit Gods Woord, moet jij ook de satan, de wereld en het eigen vlees antwoorden. Een voorbeeld. Je zou best naar een zondige film willen kijken. Een stemmetje in je zegt: ‘oh, een keer mag dat best’. Dat stemmetje moet je het zwijgen opleggen met een beroep op het Woord: Doodt dan uw leden die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst (Kol. 3: 5). Enkele ‘vrienden’ willen je op zaterdagavond meenemen naar het café. Best aantrekkelijk… Even dan? Nee, zegt Gods Woord: Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem (1 Joh. 2: 15).
Kijk, zo hanteer je Gods Woord als een zwaard. En zo mag je je verdedigen tegen aanvallen van de duivel, van de wereld, van je boze hart. Kennis van Gods Woord is daarbij zo nodig. Je moet, net als de Heere Jezus, kunnen zeggen: “er staat geschreven”. Alleen dan kun je het ook actief toepassen, zoals je een zwaard in de strijd hanteert. Mag jij zo ook de ‘gordel der waarheid’ en het zwaard hanteren?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2018
Daniel | 32 Pagina's