JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zondig niet!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zondig niet!

4 minuten leestijd

1 Johannes 2:1-6

De vorige keer hebben we het eerste hoofdstuk van Johannes’ brief afgesloten. Nu volgt het tweede. Opvallend is dat Johannes dit hoofdstuk begint met een welgemeende oproep om niet te zondigen. Mijne kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt (1 Joh. 2:1). Hij zegt eigenlijk: “Mijn verlangen is dat je niet zondigt! Luister toch niet naar de dwaalleraars, naar de satan, naar de wereld, naar je oude hart.” Waarom zegt de apostel dat? Wel, er waren mensen, zogenoemde antinomianen (letterlijk: tegen de wet) die van mening waren dat de Tien Geboden voor een christen niets meer te zeggen hebben. Ware christenen staan immers in de vrijheid. Het is heus niet zo erg als ze nog verkeerde dingen doen. Want Christus is gestorven voor al hun zonden. Hij is een volkomen verzoening voor hun zonden. Wat geeft het dan als je de rustdag ontheiligt, als je overspelige gedachten hebt, als je liegt, als je eens niet eerlijk bent in het betalen van de belastingen? De Heere vergeeft het toch wel… Nee, roept de apostel, zo mag je de leer van vrije genade, van de verzoening door Christus niet gebruiken. Dat is de leer misbruiken. Ook Paulus heeft ernstig tegen deze opvattingen gewaarschuwd. We lezen daarvan in het zesde hoofdstuk van Romeinen. Daar stelt Paulus de vraag aan zijn lezers: Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Luid en duidelijk is zijn antwoord: Nee! Dat zij verre. Wij die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven? (Rom. 6:1-2). Wie door wedergeboorte, door het geloof, één plant met Christus is geworden, gaat de zonden haten. Hij vlucht erbij weg en strijdt ertegen. Hij voelt zich in zijn zondige gedachten, lusten, woorden en daden niet langer als een vis in het water. Zijn gezindheid is zo anders geworden. Daarom vervolgt de apostel met een vraag: Of weet gij niet dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn? En ook deze vraag beantwoordt hij: Wij zijn dan met Hem begraven door den doop in den dood, opdat gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwheid des levens wandelen zouden (Rom. 6:3-4).
Johannes en Paulus zitten helemaal op dezelfde lijn. Hoe het kan het ook anders, ze zijn beiden dienstknechten van dezelfde Meester, van Christus. Een zondig leven past niet bij een leven met Christus. Als je het reinigende bloed van Christus kent, dan ben je bang voor de zonden. Genade is wel gratis, maar het is niet ‘goedkoop’. Begrijp je dat? De leer van de zaligheid door Christus’ kruisverdienste alleen, maakt niet zorgeloos. Nee, een echte christen wil vruchten voortbrengen. We horen het de Heidelberger zeggen: “Neen zij, want het is onmogelijk want wie Christus door waarachtig geloof ingeplant is geen vruchten van dankbaarheid zou voortbrengen” (HC, Zondag 24). Om die te doen uit dankbaarheid… Met de woorden van de Heidelberger: “Opdat wij ons met ons ganse leven Gode dankbaar voor Zijn weldaden bewijzen, en Hij door ons geprezen worde” (HC, Zondag 32). Door deze wandel, zo vervolgt de Catechismus, worden ook anderen voor Christus gewonnen. Er gaat immers een goede reuk uit van ons leven… Mensen zeggen dan: “Die God wil ik ook leren kennen!” Mogen er ook zulke vruchten in jouw leven zijn? Herken je het verlangen om te leven zoals God het van je vraagt? Dat is wederliefde tot God en tot je naasten. En vind je het ook zo erg als je soms in de strijd verliest, als je toch toegeeft aan verkeerde verlangens? Doe dan maar als Paulus. Hij zegt: Maar één ding doe ik, vergetende hetgeen dat achter is, en strekkende mij tot hetgeen dat voor is, jaag ik naar het wit tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus (Fil. 3:14).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2018

Daniel | 32 Pagina's

Zondig niet!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2018

Daniel | 32 Pagina's