IN DE SCHADUW VAN MORGEN
Voorop verscheen de leugenaar die hinkte, En achter hem marcheerden, dicht gedromd, De groenen en de grijzen, willoos, promt Zich dronken zingend aan bevolen flinkte.
En daarachter weer, bruut en onvermomd, De beulen, de cipiers, die ons verminkten, Neerdrukten in de modder der instincten, Tot elke geest voorgoed zou zijn verstomd ....
God, nu hun rijk uit is en zal voorbij zijn, Nu komt de a? igst, dat wij dan nog niet vrij zijn Omdat hun brute lust hoog in ons rees.
O God, gebied Uw ivind door deze landen, Gebied Uw vuur, dat alle drab verbrande, En dat Uw Geest neerdaalt op alle vlees!
Tussen Pasen en Pinksteren 1945.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1977
Daniel | 20 Pagina's