Dankdag
Wat in de lucht, op d' aard, in 't water leeft. / 't Wacht al op U, die elk zijn spijze geeft; / 't Wacht al op U, die alles kunt behoeden. / Als Uwe gunst al 't schepslenheir wil voeden. / En liefderijk aan hunne nooddruft denkt. /Vergaad'ren zij den voorraad, dien Gij schenkt. / En worde ...