De kanselier vraagt hem andermaal, of hij zijn geschriften wil herroepen. En nu geeft Luther met vaste, krachtige stem een bescheiden, maar vrijmoedig antwoord: „Doorluchte keizer, edele vorsten en heren! Ik sta heden voor U, dewijl ge mij ontboden hebt en ik smeek U met geduld te luisteren naar ...