De Heilige Doop
6/2 Verbondsteken in het Oude Testament. Genesis 17: 1-14. 7/2 Verbondsteken in het Nieuwe Testament. Mattheüs 28: 16-20; Markus 16: 15-20. 8/2 Het doopwater wijst naar het bloed van Christus. 1 Johannes 1. 9/2 Het doopwater wijst naar de Geest van Christus. Johannes 7: 33-52 ...
Kiezen... krijgen
9/1 Lot kiest... Abraham krijgt. Genesis 13. 10/1 Simson kiest een verkeerde plaats. Richteren 16: 4-21. 11/1 Twee mensen kiezen. Wat kies(t) jij(u)? Ruth 1. 12/1 De Heere kiest een koning. 1 Samuël 16: 1-13. 13/1 Salomo kiest. 1 Koningen 3: 1-15. 14/1 Een verke ...
Profeten
23/1 De profeet Jesaja. Jesaja 6. 24/1 De profeet Jeremia. Jeremia 1. 25/1 De profeet Ezechiël. Ezechiël 2. 26/1 De profeet Hosea. Hosea 1. 27/1 De profeet Joël. Joël 1. 28/1 De profeet Amos. Amos 1. 29/1 De profeet Obadja. Obadja 30/1 De p ...
Duur gekocht!
20/3 Vader, vergeef het hun; want zij weten niet wat zij doen! Lukas 23: 26-38. 21/3 Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Lukas 23: 39-43; Psalm 38: 18 en 22 (berijmd). 22/3 Vrouw, zie uw zoon... zie uw moeder! Johannes 19: 25-27; Psalm 133. 23/3 Mijn God! Mijn God! W ...
Verdrukking
3/4 De grote verdrukking. Mattheüs 24: 15-28. 4/4 De verdrukking van de kerk in de wereld. Johannes 16: 16-33. 5/4 Geloofsbeproeving door verdrukking. Handelingen 14: 19-28; 1 Petrus 1: 6-7. 6/4 Roemen in de verdrukking. Romeinen 5: 1-11. 7/4 Geduldig in de verdrukking ...
Waarom?
17/4 Waarom ben je woedend? Genesis 4: 1-16. 18/4 Waarom heeft Sara gelachen? Genesis 18: 1-15. 19/4 Waarom heb Ik verwacht? Jesaja 5: 1-7. 20/4 Waarom twist u tegen Mij? Jeremia 2: 19-37. 21/4 Waarom hebt u gewankeld? Mattheüs 4: 22-36. 22/4 Waarom kent u Mijn ...
Hoe lief heb ik Uw woning!
14/8 Voorbereiding voor de tempelbouw. 1 Koningen 5. 15/8 De tempelbouw. 1 Koningen 6: 1-12. 16/8 Tempelarchitectuur. 1 Koningen 6: 13-26. 17/8 Een bouw van zeven jaren. 1 Koningen 6: 27-38. 18/8 Bouw van het koninklijk paleis. 1 Koningen 7: 1-12. 19/8 Jachin en ...
Voorzichtig
12/6 Een voorzichtig man. Mattheüs 7: 13-29. 13/6 Een voozichtig dienstknecht. Mattheüs 24: 29-51. 14/6 Wijs en dwaas. Mattheüs 25: 1-13. 15/6 Voorzichtig als de slangen. Mattheüs 10: 1-16. 16/6 Wandel voorzichtig. Efeze 5: 1-21. 17/6 Onderwijs in het voorzichti ...
De Naam van God
22/5 Misbruik Gods Naam niet. Leviticus 24: 10-23. 23/5 Gebruik geen valse eed. Leviticus 19: 1-14. 24/5 Zweer niet onnodig bij Gods Naam. Mattheüs 5: 33-41; Jakobus 5: 12-20. 25/5 Zwijg niet als er gevloekt wordt. Leviticus 5: 1-2; Spreuken 29: 21-27. 26/5 Gebruik de ...
Hemelvaart
1/5 Ik ga heen. Johannes 14: 1-14. 2/5 Het is u nut dat Ik wegga. Johannes 16: 1-15. 3/5 Ik verlaat de wereld. Johannes 16: 16-28. 4/5 Ik vaar op tot Mijn Vader en Uw Vader. Johannes 20: 11-18. 5/5 Nu is de Heiland opgevaren. Handelingen 1: 1-11. 6/5 Nedergedaal ...