Vragen
7/11 Vragen naar de vorige dagen. Exodus 4: 23-40. 8/11 Een belangrijke vraag. Jozua 4: 1-13. 9/11 Een vraag-teken. Jozua 4: 14-24. 10/11 Een waarom-vraag. Richteren 13. 11/11 Een vraag naar een verkeerd adres. 2 Koningen 1. 12/11 Een vraag van één kant. Jesaja ...
Gedaald van 's hemels troon!
19/12 De Middelaar Jezus aangewezen. 1 Timotheüs 2: 1-7; Hebreeën 9: 15. 20/12 Een Licht voor de heidenen. Jesaja 49: 1-6; Lofzang Simeon: 2. 21/12 Hoe heilig is Zijn Naam. Lukas 2: 1-7; Lofzang Maria: 3, 4. 22/12 Hij zag geen rijken aan. Lukas 2: 8-16; Lofzang Maria: 6, 7. ...
Uit het leven van Mozes (2)
10/10 Mozes voor de laatste keer bij de koning. Exodus 10: 21-29; Exodus 11.11/10 Mozes moet Gods opdracht overbrengen. Exodus 12: 1-20.12/10 De Israëlieten zijn gehoorzaam aan het bevel van Mozes. Exodus 12: 21-33.13/10 De uittocht. Exodus 12: 34-51.14/10 De Heere spr ...
Donker
21/11 De zondeval. Genesis 3: 1-7; Psalm 51: 3 (ber). 22/11 Schuldbesef, straf en belofte. Genesis 3: 8-24. 23/11 Boos, vanaf onze jeugd. Genesis 8: 20-22; Psalm 51: 1 (ber). 24/11 In ongerechtigheid geboren. Psalm 51. 25/11 Een overtreder. Jesaja 1: 1-6; 48: 1-8. ...
Lof zij de God van Israël
5/12 De wegbereider. Lukas 1: 1-17. 6/12 Gods belofte en ongeloof. Lukas 1: 18-25. 7/12 God belooft Zijn Zoon. Lukas 1: 26-38. 8/12 Maria en Elizabet. Lukas 1: 39-56. 9/12 Johannes geboren. Lukas 1: 57-66. 10/12 Lofzang van Zacharias. Lukas 1: 67-80. 11/1 ...
Kiezen... krijgen
9/1 Lot kiest... Abraham krijgt. Genesis 13. 10/1 Simson kiest een verkeerde plaats. Richteren 16: 4-21. 11/1 Twee mensen kiezen. Wat kies(t) jij(u)? Ruth 1. 12/1 De Heere kiest een koning. 1 Samuël 16: 1-13. 13/1 Salomo kiest. 1 Koningen 3: 1-15. 14/1 Een verke ...
Ere zij God
17/12 Het bevel aan engelen. Psalm 91. 18/12 Looft de HEERE, Zijn engelen. Psalm 103. 19/12 En van hem werd gezien, een engel van de HEERE. Lukas 1: 1-11. 20/12 Maar de engel zeide tot hem. Lukas 1: 12-25. 21/12 Een engel... van God gezonden. Lukas 1: 26-38. 22/ ...
Zaligheid
f Zo laat Cij, HEER, UW knecht, ! Naar 't woord, hem toegezegd, Thans henengaan in vrede; Nu hij Uw zaligheid, Zo lang door hem verbeid. Cezien heeft op zijn bede.7/12 Hij zal mij tot zaligheid zijn. Job 13:1-16.8/12 Die God is onze zaligheid. Psalm 68:20-36.i 9/12 Hij zal on ...
Biddag
0, leer ons bidden, nu wij zaaien gaan en wil op tijd Uw zon en regen geven, wij kunnen zonder voedsel niet bestaan.Bewaar ons voor het goddeloze streven om steeds maar eigen wegen in te slaan en maak ons zoekers naar het eeuwig leven.M. Nijsse1/3 Een gebed in de morgen. Psal ...
Woord op zijn tijd
Een woord ter rechter tijd van pas gesproken, is als appelen gelegd in fijne zilv'ren schalen. Waarvan de redenen zeer diep in 't harte dalen, daar het zijn zitplaats krijgt, tot nagedachtenis.P. de Vriese, 1745 26/4 De koninklijke bruiloft. Mattheüs 22:1-4.27/4 De wederkomst van Ch ...