(2)
Ons zondig hart verbergt de boze zaden van opstand, hoogmoed, ongerechtigheid. Wij gaan met eigen wil en zin te rade en zijn tot onderwerping niet bereid. V/ij weten dat Gij rein 'van ogen zijt en dat Gij 't kwade nimmer kunt aanschouwen, maar telkens raken wij ...