Nederig
Een van de dominees uit onze gemeenten liep eens door de stad. Zoals altijd was hij ook gekleed als dominee, met zijn lange zwarte jas aan. Opeens kwam er een man aanfietsen die de dominee op een vreselijke manier begon uit te schelden! Wat nu? Zou de dominee woedend worden? De politie bellen? Nee. Hij bleef staan en nam zijn hoed af voor de man. ‘Dank u, dank u wel’, zei de dominee met een vriendelijke glimlach. Daarna liep hij verder, de scheldende man bleef in verbijstering achter.
Deze dominee liet zien wat nederigheid betekent. Iemand die ook wist wat nederigheid was, is Johannes de Doper. In deze Treffer gaat het over hem, maar ook weer niet. Het gaat uiteindelijk over Hem, de Heere Jezus, naar wie Johannes de Doper in alle nederigheid heenwees.
Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent; Dezelve is het, Die na mij komt, Welke voor mij geworden is, Wien ik niet waardig ben, dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden. (Johannes 1: 26 en 27)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 oktober 2012
Treffer | 7 Pagina's