Een hart van steen
Het is jaarmarkt. In heel de stad staan kraampjes en is het een gezellige drukte. Eén van de kraampjes is een evangelisatiekraam. Er staan een paar vriendelijke vrijwilligers voor de kraam. ‘Mag ik u een folder over de Bijbel aanbieden? En gelooft u in God?’ Iemand reageert boos. ‘Of ik in God geloof? Mooi niet! Al dat godsdienstige gedoe brengt alleen maar narigheid. Ik bepaal zelf wel hoe ik mijn leven invul!’ Met grote stappen loopt de persoon verder. Wat een aangrijpende reactie!
Zo staat Mozes met zijn broer Aäron voor de Farao. Ze hebben een boodschap in naam van de God van Israël: het volk Israël wil een feest houden tot eer van de Heere in de woestijn. Maar de Farao reageert boos. ‘Wie is die God, dat ik hem zou gehoorzamen? Waarom zou ik de Israëlieten laten gaan? Ik ken de Heere niet en de Israëlieten laat ik ècht niet gaan.’ Farao ziet zichzelf als een god. Hij heeft alles voor het zeggen. Hij gelooft niet in God. En zou er dan iemand hem bevelen mogen geven? Wat denken die Israëlieten wel? Voor straf moeten ze nog harder werken.
Steeds opnieuw komt Mozes bij de Farao terug. De Heere heeft tegen Mozes gezegd dat de Farao niet zal luisteren. En zo gebeurt het ook. Zelfs de wonderen die Mozes en Aäron doen, helpen niet. Daarom volgt er straf. Daar schrikt de Farao wel van! Zal hij nu in God geloven? Even lijkt het er op. Als het land overspoeld door wordt kikkers moet Mozes tot de Heere bidden van Farao. Als de kikkers weg zijn…dan mogen ze gaan. Maar zodra de straf voorbij is, vergeet Farao al zijn beloften en is hij weer onverzettelijk.
Nu zie je pas goed hoe geduldig Mozes is geworden. Keer op keer blijft hij gehoorzaam aan God naar de Farao gaan, terwijl hij weet dat het niet zal helpen. En ook zie je hoe groot het goddeloze ongeloof kan zijn. Farao had zoveel boodschappen van de Heere ontvangen, en zoveel wonderen gezien. De straffen van God waren duidelijk en vreselijk. Farao hoefde zijn hart maar te buigen en alles zou voorbij zijn. Maar hij bleef volharden in zijn ongeloof en zonden. Uiteindelijk volgt de definitieve straf: de Heere laat de Farao en zijn leger verdrinken in de zee.
Elke zondag hoor jij ook de stem van de Heere als je naar de kerk gaat. Hij spreekt tot jou als je in de Bijbel leest. Je leest daarin Zijn waarschuwingen, maar ook Zijn nodiging en Zijn beloften. Hij vraagt om je hart, om je bekering. Hij belooft dat wie in de Heere Jezus gelooft, niet verloren zal gaan (Johannes 3: 16). Maar ook dat wie volhardt in ongeloof, zeker verloren zal gaan (Hebreeën 3: 18, 19).
Vraag 1
Mozes wist dat hij niets zou bereiken bij de Farao. Waarom is Mozes er toch elke keer heengegaan?
Vraag 2
Hoe kan je je hart verharden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 februari 2012
Treffer | 7 Pagina's