Een brief uit de cel
Het is in het jaar 61 na Christus. Paulus zit in de gevangenis in Rome. Hij heeft het evangelie van Jezus Christus verkondigd onder de volken, maar dit is hem niet in dank afgenomen. Zeker niet: hij is gevangen genomen. Het lijkt erop dat hij daardoor de mensen niet meer kan vertellen van Jezus Christus. En toch heeft Paulus ook in de tijd dat hij gevangen zat, veel werk mogen doen in het koninkrijk van God. Hij heeft brieven geschreven aan de gemeenten die hij kende. Veel onderwijs heeft hij gegeven. En nu, bijna tweeduizend jaar later krijgen wij nog steeds onderwijs uit de brieven van Paulus, geïnspireerd door Gods Geest. In de brief aan Filemon lezen we over de geschiedenis van Onesimus.
Hij is er vandoor gegaan. Weggelopen. Waarom? Dat kunnen we niet lezen in deze brief. Uiteindelijk is hij bij Paulus terechtgekomen. De gesprekken met Paulus worden gezegend: Onesimus komt tot bekering. Hij gaat de Heere liefhebben. Paulus zegt hem dat hij terug moet naar zijn meester, omdat hij zijn eigendom is. Maar Onesimus is bang. Zal hij terug mogen komen bij Filemon? Hij is weggelopen en heeft gestolen! Paulus begrijpt de angst van Onesimus en geeft een brief mee, waarin hij een goed woord voor Onesimus doet.
Een brief van drie delen
De brief die Paulus meegeeft kun je in drie gedeeltes opdelen:
Inleiding: vers 1-7
Inhoud van de brief: vers 8 - 21
Afsluiting: vers 22- 25
Paulus begint zijn brief met een hartelijke begroeting onder andere aan Filemon en Appia, (waarschijnlijk de huisvrouw van Filemon). Hij wenst iedereen genade en vrede toe. Dat is de gebruikelijke manier onder christenen om elkaar te groeten. Vervolgens dankt Paulus God, voor Filemons geloof en liefdadigheid. Hij bidt dat Filemon en degenen die bij hem horen daarin zullen groeien.
Dan komt hij bij de reden van zijn brief. Het gaat om Onesimus. Vrijmoedig vraagt hij aan Filemon, of hij Onesimus genadig wil ontvangen. Die onnutte slaaf is een nuttige dienstknecht geworden! Paulus had Onesimus graag bij zich gehouden, maar dat kon niet. Paulus is bereid om de schade die Filemon geleden heeft, te vergoeden. Hij vertrouwt erop dat Filemon aan zijn verzoek zal voldoen.
Paulus sluit zijn brief af door te zeggen dat hij snel hoopt vrijgelaten te worden. Hij weet dat daar veel om gebeden wordt. Na zijn vrijlating kan hij dan naar hen toekomen. De laatste verzen gebruikt Paulus om iedereen de hartelijke groeten te doen. Ook namens de medearbeiders die in Rome zijn. Hij wenst hen Gods genade in Christus toe.
Aansporing tot bekering
De geschiedenis van Onesimus is een aansporing tot bekering. Paulus schrijft in vers 15: Want wellicht is hij daarom voor een kleine tijd van u gescheiden geweest, opdat gij hem eeuwig zoudt weder hebben. De Heere heeft het zo geleid. Het kwade is ten goede gekeerd. Wij hoeven niet eerst zoals Onesimus van huis weg te lopen, om tot inkeer te komen. Het kan nu! Lees maar.
Zoekt de Heere terwijl Hij te vinden is, roept Hem aan terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de Heere. Zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk. (Jesaja 55: 6 – 7)
Paulus, een gevangene van Christus Jezus, en Timotheüs, de broeder, aan Filemon, den geliefde, en onzen medearbeider,
En aan Appia, de geliefde, en aan Archippus, onzen medestrijder, en aan de Gemeente, die te uwen huize is:
Genade zij ulieden en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
Stelling
Als je de Heere dient, doe je altijd wat Hij wil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 2011
Treffer | 7 Pagina's